IPO is een afkorting van Internationale Prufungs Ordnung. (Internationale Wedstrijd Reglement)
Het programma bestaat uit 3 onderdelen:
Speuren, Appél en Manwerk
Het speuren (Afdeling A) is een erg mooi, maar ook erg moeilijk onderdeel van de africhting.
Bij het speuren maken we gebruik van het goed ontwikkelde reukvermogen van de hond.
Juist de goede reuk van een hond, ten opzichte van het gebrekkige reukvermogen van de mens, maakt dit zo'n moeilijk onderdeel.
Als geleider moet je helemaal op je hond kunnen en willen vertrouwen.
Al op jeugdige leeftijd kan een basis voor het latere speuren gelegd worden.
De lengte van het spoor bij de verschillende examens varieert van 300 tot 600 passen, een spoor voor beginners
(IPO I) heeft twee hoeken, voor gevorderden (IPO III) zijn dat er vier waarbij het spoor door`een vreemde wordt gelegd.
Op het spoor worden verschillende voorwerpen achtergelaten die door
de hond gevonden moeten worden.
Appél (Afdeling B) Alles wat je met je hond wilt doen begint en eindigt met gehoorzaamheid. (Afdeling B).
Gehoorzaamheid is de basis van alle activiteiten met je hond. Als je hond niet goed luistert heeft
het geen zin hem andere ‘trucjes’ aan te leren. Sterker nog, dat kan zeer gevaarlijk zijn. Een hond
moet niet alleen thuis, in zijn veilige omgeving gehoorzaam zijn, maar ook in de stad, op het uitlaat-
veld, in het bos, enz. Daarom is het trainen bij een vereniging erg belangrijk. U en uw hond leren
hier de oefeningen uit te voeren met afleiding van andere mensen en honden.
In het gehoorzaamheidsprogramma komen o.a. oefeningen voor als het aan de voet volgen, zowel
met als zonder lijn, in gewone, langzame en looppas; het tijdens het volgen gaan zitten, liggen en
blijven staan; komen bij de baas; apporteren; vooruit sturen en blijven liggen met afleiding.
Manwerk (Afdeling C) is voor velen een leuk en spectaculair onderdeel. Alleen met een goed gehoorzame hond kan je met dit deel van het IPO programma beginnen.
Van het beoefenen van pakwerk wordt de hond niet vals.
Het programma zit zodanig in elkaar dat de hond leert om te verdedigen, niet om aan te vallen.
Hij moet de boef eerst opsporen (doorzoeken van verstekken)
en mag alleen bijten als de boef probeert te vluchten of hem of zijn baas aanvalt.
Bij dit onderdeel worden strenge eisen gesteld aan de gehoorzaamheid van de hond.
Ook moet de hond qua karakter aan bepaalde eisen voldoen. Hij moet evenwichtig en zelfverzekerd zijn.
|